Functieomschrijving Senior Pedagogisch Medewerker

De senior pedagogisch medewerker draagt binnen methodische kaders zorg voor de pedagogische begeleiding en verzorging van jongeren binnen een behandelgroep. Is hierbij gericht op het creëren van een verantwoord opvoedingsklimaat en het bewaken van de veiligheid. Levert in de dagelijkse begeleiding van de jongeren een bijdrage aan de uitvoering van het individuele behandelplan.

De senior pedagogisch medewerker levert tevens een bijdrage aan de totstandkoming van het verblijfs- en behandelplan. Heeft als mentor van de jongere een coördinerende en toetsende rol in de begeleiding en is aanspreekpunt voor het sociale netwerk en instanties.

Daarbij bewaakt en bevordert de senior pedagogisch medewerker de kwaliteit van de uitvoering van de werkzaamheden door het team. Levert tevens een bijdrage aan deskundigheidsbevordering.

Positie in de organisatie

De Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) is belast met de ontwikkeling en operationalisering van het landelijk beleid ten aanzien van justitiële inrichtingen binnen de strategische beleidskaders van het Ministerie van Justitie. De uitvoering van de werkzaamheden vindt plaats binnen een begeleidingssector van een Justitiële Jeugdinrichting ressorterend onder de Directie Justitiële Jeugdinrichtingen.

Een Justitiële Jeugdinrichting heeft als doel het opvangen, opvoeden, pedagogisch begeleiden en behandelen van jongeren. Binnen een behandelgroep verblijven jongeren met complexe problematiek, waaronder ontwikkelingsproblematiek, psychi(atri)sche stoornissen en daaruit voortvloeiende gedragsproblemen. De pedagogische begeleiding op de verblijfsafdeling dient te worden afgestemd op de individuele behandeldoelen.

Binnen een behandelgroep zijn naast de senior pedagogisch medewerker tevens groepsleiders, pedagogisch medewerkers en een hoofd van de afdeling werkzaam. De senior pedagogisch medewerker legt hiërarchisch verantwoording af aan het hoofd van de afdeling. Er is voorts een functionele verantwoordingsrelatie met de behandelverantwoordelijke.

Resultaatgebieden

1. Pedagogische begeleiding
  • Begeleidt de jongere, binnen de kaders van de opvoedings- en behandelmethodiek en het individueel behandelplan, bij het zichzelf ontwikkelen op sociaal, emotioneel en cognitief gebied;
  • Creëert een veilig en stimulerend opvoedings- en behandelingsklimaat, biedt structuur en bevordert orde en discipline;
  • Observeert het gedrag van de jongere en pleegt interventies vanuit het oogpunt van de individuele begeleidingsdoelen;
  • Begeleidt de onderlinge contacten tussen jongeren en stuurt en intervenieert in groepsdynamische processen;
  • Verzorgt groepsgesprekken, opvoedprogramma’s en gedragstherapeutische programma’s om zelfinzicht, basisvaardigheden en alternatief gedrag te bevorderen;
  • Verleent materiële en immateriële hulp aan de jongere en onderhoudt hiervoor contacten met onder meer reclassering, jeugdzorg en verslavingszorg;
  • Begeleidt de jongere bij tijdelijk verblijf buiten de inrichting;
  • Organiseert een goed verloop van de dagelijkse gang van zaken.
2. Zorg
  • Ziet toe op menswaardige omstandigheden op de afdeling;
  • Ziet toe op een verantwoorde hygiëne en biedt hiertoe de faciliteiten (douchen, schone kleding, e.d.);
  • Ziet toe op inname van voorgeschreven medicatie;
  • Informeert jongeren over mogelijkheden voor medische, geestelijke en psychosociale zorg en over doorverwijzing naar hulpverleningsinstanties.
3. Veiligheid
  • Creëert een veilige woonomgeving voor de jongeren en een veilige werkomgeving voor collega’s;
  • Verricht controles op veiligheidsaspecten en ziet toe op de naleving van veiligheidsvoorschriften;
  • Observeert, beoordeelt situaties en intervenieert tijdig ter voorkoming van mogelijke verstoringen van de orde en veiligheid;
  • Treedt op bij ongewenst gedrag en crisissituaties;
  • Begeleidt bezoek en jongeren die zich verplaatsen binnen de inrichting;
  • Maakt melding van gevaren en verdachte zaken.
4. Rapportage en overdracht
  • Voorziet interne en externe personen en instanties van mondelinge en schriftelijke overdracht;
  • Rapporteert periodiek over gedrag en voortgang van de jongere;
  • Rapporteert over geconstateerde onregelmatigheden, zoals dreigende ordeverstoringen, verdacht bezoek, klachten van jongeren, e.d.
5. Bijdrage aan verblijfs-en behandelplan
  • Verwerft tijdens het intakegesprek informatie aan de hand van het daartoe geëigende screeningsinstrument;
  • Wint actief informatie in over achtergrond, status, voortgang en ontwikkeling van de jongere bij andere disciplines en het sociale netwerk;
  • Levert een bijdrage aan diagnostiek door middel van gerichte observaties en gedragsrapportages;
  • Creëert doelgericht kritische situaties waarin de jongere zelfinzicht en/of gedragsverandering kan ontwikkelen;
  • Neemt deel aan het multidisciplinair team en netwerkberaad en adviseert vanuit het oogpunt van gedragsobservatie over uit te zetten lijnen in het individuele verblijfs- en behandelplan;
  • Vertaalt zelfstandig behandeldoelen naar interventie- en observatiestrategieën en (ortho)pedagogische doelen in de dagelijkse begeleiding en instrueert collega-groepsleiders en collega’s in opleiding hierin.
6. Mentorschap
  • Voert het intakegesprek, verschaft informatie en voorlichting aan de jongere en begeleidt tot en met kennismaking met de groep;
  • Fungeert als eerste aanspreekpunt voor de jongere en diens sociale netwerk;
  • Volgt en evalueert de ontwikkeling van de jongere;
  • Stimuleert de jongere tot het bevorderen van herstel van het sociale netwerk en onderhoudt hiervoor contacten met onder meer ouders, reclassering, jeugdzorg en verslavingszorg;
  • Verzamelt rapportages vanuit het team en bewaakt de kwaliteit en centrale lijn hierin.
  • Geeft begeleiding aan collega-groepsleiders bij het uitvoeren van mentoractiviteiten en collega’s in opleiding en monitort de uitvoering hiervan.
7. Kwaliteitsborging
  • Bewaakt de kwaliteit van de begeleiding, het opvoedingsklimaat en rapportage vanuit het team;
  • Coacht teamleden on the job bij het hanteren van (moeilijke) begeleidingssituaties en draagt hiermee bij aan verbetering van competenties, kennis en vaardigheden;
  • Geeft trainingen en klinische lessen om kennis en vaardigheden binnen het team actueel te houden;
  • Signaleert opleidingsbehoeften aan het hoofd van de afdeling;
  • Treedt op als praktijkbegeleider voor groepsleiders en pedagogisch medewerkers in opleiding;
  • Treedt op als informant bij functioneringsgesprekken;
  • Levert een bijdrage aan kwaliteitsprotocollen;
  • Stelt veiligheidsrichtlijnen en —protocollen op.
8. Bedrijfshulpverlening
  • Voert taken uit in het kader van bedrijfshulpverlening.
Speelruimte
  • Legt verantwoording af aan het hoofd van de afdeling over de kwaliteit van de pedagogische begeleiding en verzorging, het opvoedingsklimaat en de veiligheid op de afdeling, alsmede over de kwaliteitsborging van de activiteiten van het team;
  • De opvoedings- en behandelmethodiek van de inrichting, het behandelplan en veiligheidsvoorschriften zijn kaderstellend voor de uitvoering van de werkzaamheden;
  • Neemt beslissingen over (planmatige) interventies in individuele en groepsdynamische processen, over de bijdrage aan het verblijfs- en behandelplan en over de inhoud van rapportages;
  • Neemt beslissingen bij het aanbieden van begeleiding aan de greopsleiders (in opleiding) binnen de afdeling.
Contacten
  • Met de jongere om te ondersteunen, activeren, motiveren, begrenzen, confronteren e.d. in lijn met de (ortho)pedagogische en behandeldoelstellingen;
  • Met ouders om te informeren over de begeleiding van de jongere en zonodig om herstel of verbetering van contact te bevorderen;
  • Met reclassering, jeugdzorg en hulpverleningsinstanties om overdracht te plegen en af te stemmen over de hulpverlening;
  • Met andere disciplines binnen het multidisciplinair team en netwerkberaad om overdracht te plegen en af te stemmen over de begeleiding.
Kennis en vaardigheid
  • Algemeen theoretische en praktische kennis van de(ortho)pedagogische begeleidingsmethodiek die binnen de inrichting wordt gehanteerd;
  • Algemeen theoretische en praktische kennis van (psychiatrische) stoornissen en ziektebeelden;
  • Kennis van groepsdynamica;
  • Kennis van verschillende culturele achtergronden;
  • Kennis van criminogene factoren;
  • Kennis van de kenmerken en vereisten van een forensische setting;
  • Kennis van beveiligingsmethodieken en veiligheidsvoorschriften;
  • Kennis van methoden voor conflicthantering;
  • Communicatieve (therapeutische) vaardigheden in het begeleiden van de jongere;
  • Vaardigheid in het hanteren van en sturen in groepsdynamische processen;
  • Vaardigheid in observeren van gedrag;
  • Vaardigheid in het opstellen van (gedrags)rapportages;
  • Vaardigheid in het vakinhoudelijk begeleiden en coachen van collega’s;
  • Trainersvaardigheden;
  • Organisatorische vaardigheden.
Functie-eisen
  • HBO-diploma relevant voor de beroepsrichting
  • Aanvullende scholing in coaching
  • Aantoonbare excellente werkervaring als groepsleider of pedagogisch medewerker
Competenties: Essentiële situaties
  1. Afstemming, communicatie en samenwerking
    Bij het oplossen van problemen en bereiken van doelen met jeugdigen worden hoge eisen gesteld aan de communicatie en samenwerking op de werkplek. Allereerst is het van belang dat alle medewerkers op de afdeling de afspraken in het kader van begeleidingsplan, methodiek, milieu en veiligheid consequent toepassen. Daarnaast moet men zich gesteund en veilig weten om in moeilijke situaties de gepaste maatregelen te kunnen nemen en waar nodig op elkaar en op andere disciplines te kunnen terugvallen. De onderlinge ondersteuning en communicatie en de informatieoverdracht luisteren daarbij nauw.
    Vaardigheid: samenwerken
  2. Consistent bewaken van (professionele) normen en waarden
    Een consequente toepassing van principes als respect voor de jeugdige, het op zuiver professionele wijze kunnen benaderen van jeugdigen en het professioneel en effectief kunnen toepassen van het spanningsveld tussen afstand en nabijheid zijn essentieel voor het kunnen realiseren van resultaten bij jeugdigen. Het is van belang dat pedagogisch medewerkers zich blijvend bewust tonen van de spanning die, door deze basiswaarden in sommige (controversiële) situaties, maar ook in het algemeen door het werken met deze groep jeugdigen, kan worden opgeroepen. Zij zijn bereid en in staat om verbeteringen in het professioneel handelen van zichzelf of van anderen bespreekbaar te maken.
    Vaardigheden: professionele integriteit, zelfreflectie
  3. Orde en veiligheid
    De pedagogische medewerker is zélf het belangrijkste instrument om orde en veiligheid binnen de groep te creëren. Hectiek, uitdaging, emotionele spanningen en agressie zijn aan de orde van de dag. Het is van belang dat de pedagogisch medewerker een natuurlijke gezagspositie binnen de groep verwerft en tegelijkertijd een vertrouwensrelatie met de jeugdigen opbouwt. Dit vraagt om het uitstralen van kalmte en een natuurlijke stevigheid, alertheid op wat er speelt, het vermogen om in de belevingswereld van de jeugdige te communiceren en consequent te zijn in het begrenzen van gedrag.
    Vaardigheden: sensitiviteit, zelfvertrouwen
  4. Kwaliteit van observaties en rapportages
    In het dagelijks leven van de jeugdigen is hun gedrag het meest zichtbaar. De observaties en gedragsrapportages van de pedagogisch medewerker zijn daarom van grote waarde voor de diagnostiek en behandelkeuze. Dit vraagt van de medewerker het vermogen om in een prikkelrijke omgeving nauwlettend te observeren, probleemgedrag te onderkennen, verbanden te leggen tussen verschillende gebeurtenissen en beschikbare kennis en informatie, kritische situaties te creëren en de bevindingen op objectieve wijze te rapporteren.
    Vaardigheid: probleemanalyse
  5. Kwaliteit van interventies
    De pedagogisch medewerker moet (ook in hectische of spanningsvolle situaties) snel maar doordacht kunnen inspelen. Bij de keuze voor een interventie moet een afweging worden gemaakt van een groot aantal factoren: mogelijkheden van de jeugdige, het begeleidingsplan met doelstellingen, de behandelmethodiek, de groepsdynamiek, de veiligheid. Het is essentieel dat de medewerker al deze factoren onderkent, consequenties van zijn handelen afweegt en een balans vindt tussen het optimaal benutten van leermomenten voor de jeugdige enerzijds en het garanderen van de orde en veiligheid anderzijds.
    Vaardigheid:oordeelsvorming
  6. Blijvend stimuleren
    De groep jeugdigen kenmerkt zich steeds meer door een complexe problematiek. Het werken met deze groep jeugdigen, de aanhoudende druk, en het om kunnen gaan met geweld en agressie betekenen een zware geestelijke en fysieke belasting. Essentieel is dat de pedagogische medewerker ondanks tegenvallende resultaten, terugval of onheuse bejegening voortdurend gericht blijft op het stimuleren van de jeugdigen in het ontwikkelen van toekomstperspectief. De medewerker moet daarbij over “een lange adem” beschikken en de eigen teleurstelling en frustratie bespreekbaar kunnen maken.
    Vaardigheden: zelfreflectie, stressbestendigheid
  7. Impact als coach
    De senior pedagogisch medewerker bevordert vanuit de eigen deskundigheid de professionaliteit van de medewerkers binnen de afdeling. Dit houdt onder meer in het positief beïnvloeden van het teamklimaat, het toezien op de kwaliteit van de begeleiding en het bespreekbaar maken van zaken die niet goed gaan. De medewerker heeft echter geen leidinggevende positie en staat als coach dus naast de eigen collega’s. Voor het krijgen van impact en vertrouwen als coach is het van belang dat de medewerker een natuurlijke stevigheid uitstraalt, zich kan inleven in de ander, zich bewust is van de invloed van het eigen gedrag op anderen, integer omgaat met persoonlijke informatie en zich ontvankelijk opstelt voor feedback op het eigen handelen. De medewerker biedt ruimte aan collega’s om hun handelingsrepertoire verder te ontwikkelen, creëert oefensituaties, stelt vragen, geeft uitleg en feedback en helpt doelen en ontwikkelpunten te formuleren.
    Vaardigheden: sensitiviteit, ontwikkelen medewerkers

Competenties: Gedragscriteria

  • Sensitiviteit: Toont zich bewust van andere mensen en hun omgeving, alsmede de eigen invloed hierop; laat zien de gevoelens en behoeften van anderen te onderkennen;
  • Oordeelsvorming: Weegt (nieuwe) gegevens en mogelijke handelwijze tegen elkaar af in het licht van relevante criteria en komt tot een realistische beoordeling;
  • Probleemanalyse:Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens; spoort mogelijke oorzaken van problemen op en zoekt ter zake doende gegevens;
  • Zelfvertrouwen: Treedt zeker en met rust op en handhaaft deze indruk, ook bij tegenspel of emoties van anderen;
  • Stressbestendigheid: blijft effectief presteren onder tijdsdruk, bij tegenslag, teleurstelling of tegenspel;
  • Samenwerken: Draagt bij aan een gezamenlijk resultaat, ook wanneer geen direct eigen functioneel belang aanwezig is;
  • Zelfreflectie: Evalueert kritisch eigen gedrag en standpunten; staat open voor evaluatie door anderen; leert hiervan en wijzigt op grond hiervan het eigen gedrag of de eigen standpunten;
  • Professionele integriteit: handhaaft algemeen aanvaarde sociale, ethische en organisatienormen;
  • Ontwikkelen medewerkersOntwikkelt en stimuleert de deskundigheid en de vaardigheid van medewerkers door middel van coaching, opleiding, vorming en training.

Solliciteren

Ga naar de site www.ennujij.nl en vul het online sollicitatieformulier in.